Les 2 Stadsrechten - WbD

Lesinhoud: 

  • De leerlingen leren een stukje van de stadsrechtoorkonde te vertalen in eigen woorden. Ze leren over hedendaagse rechten van landsbestuur en stadsbestuur. Ze bekijken de plattegrond om de weerslag van verschillende functies in een stad terug te vinden en ten slotte bestuderen ze oude stadswapens en denken na over symbolen voor de stad.

Lesdoelen:

  • de geschiedenis tastbaar maken door een originele bron te bestuderen
  • inzicht krijgen in stadsrechten en het verschil met rechten en bevoegdheden van nu
  • leren dat je de geschiedenis van de stad in de fysieke overblijfselen nog altijd kunt aflezen 

Benodigdheden:

Tijd:

  • 50 minuten

Voorbereiding:


Galgenveld 

1. Introductie

Vraag: Gijsbert had iets gedaan wat niet mocht. Wat was dat ook al weer?

  • Hij had een haas gestolen

Vertel: Gijsbert is bang dat hij gegrepen zal worden door de schout en zijn rakkers. En dan krijgt hij natuurlijk straf.

Weet iemand nog welke straffen in het verhaal worden genoemd?

  • brandmerken
  • verbannen worden
  • hand afhakken
  • stenenboete betalen
  • met je oor aan de deur van het Raadhuis gespijkerd worden
  • er is een galg in de Uiterwaarden

Vertel: in de middeleeuwen hadden de meeste steden een zogenaamd galgenveld. Dat was een plek buiten de stadsmuur, waar misdadigers werden opgehangen. Reizigers van buiten de stad konden zo meteen zien, wat ze in die stad met boeven deden!

Vraag: Wie bepaalt tegenwoordig wat voor straf een boef (misdadiger) krijgt?

  • De rechter. De rechter houdt zich aan wetten van het land

En wie moet de boeven vangen?

  • De politie. De baas van de politie is de minister van Veiligheid en Justitie. Het maakt niet uit waar je gepakt wordt door de politie. De straffen in Nederland zijn overal hetzelfde

Vertel: In de middeleeuwen had elke stad haar eigen wetten en regels, haar eigen politie (de rakkers) en haar eigen rechter (de schout).

Hoe zat dat? Bekijk het filmpje op schooltv over stadsrechten. Duur: 1.50 minuten.

Praat na over het filmpje.

Samenvattend: een nederzetting kreeg stadsrechten van de landsheer. Rechten om zelf haar zaken te regelen. In ruil daarvoor betaalden de inwoners de landsheer belasting.

2. Stadsrechten

In het jaar 1300 kreeg Wijk bij Duurstede stadsrechten van Gijsbrecht II van Abcoude. De verlening van de stadsrechten zien we als de stichting van de stad; de oorkonde waarin de stadsrechten werden verleend als de stichtingsoorkonde.

Vertel:

  • In het filmpje wordt gezegd: ‘Die rechten van de nieuwe stad stonden allemaal in een grote brief.’
  • Zutphen is heel trots dat ze die brief nog hebben. Hij is dan ook al erg oud. Zo’n brief noemen we een oorkonde. 

Je kunt de leerlingen in groepjes, tweetallen of individueel laten werken. Deel Werkblad 2 uit. De leerlingen maken de opdrachten van werkblad 2.

Spreek de resultaten kort na.

In het stukje van de oorkonde staat letterlijk:

Dit is de poortersbrief van hun vrijheid en rechten die zij hebben. Al degenen die deze brief zullen zien of horen lezen, doen wij verstaan, Gijsbrecht van Abcoude, ridder, met de waarheid op dat die zaken, in de tijd gezien, niet vergeten worden, zo is het gewoonlijk dat men die zaken met het schrijven van brieven vast en stadig maakt, zo dat men die eeuwelijk gedenken mag. En want wij met raad van onze gemeenre vrienden, en met onze vrije wil, van ons dorp tot Wijk een poorte maken. En dat de schepenen, raad en de gemeente van de voorzeide poorte zullen gebruiken en hebben allerhande vrijheid.

 

En vrij vertaald betekent dit:

Dit is de brief waarin de vrijheden en rechten van de inwoners van Wijk (bij Duurstede) staan. Iedereen die deze brief leest of hoort voorlezen, laat ik, ridder Gijsbrecht van Abcoude, weten dat deze brief  is geschreven om  te voorkomen dat die vrijheden en rechten zowel nu als in de verre toekomst niet zullen worden vergeten maar zullen worden gerespecteerd. Met deze brief maak ik, mede op advies van enkele gezamenlijke vrienden, van mijn dorp Wijk een stad. De bestuurders van Wijk moeten bij hun werk rekening houden met de inhoud van de brief.

 

Bespreek Werkblad 2 na aan de hand van de antwoorden bij Werkblad 2.

 

3. Recht & orde in de stad

Vertel:

  • Belangrijke privileges waren het recht om een eigen bestuur te kiezen en om de eigen verdediging te regelen. Een stad regelde dus zelf alles wat met recht, orde en veiligheid te maken had.
  • Het bestuur bestond meestal uit twee burgemeesters en een vast aantal schepenen (rechters/bestuurders).
  • De opperrechter en tevens hoofd van de politie was de schout.
  • Het bestuur zetelde in het raadhuis.
  • Hij werd geholpen door de rakkers, een soort agenten.
  • Alle leden van het bestuur werden gekozen uit de rijkste burgers van de stad. Alleen de schout werd aangesteld door de landsheer.
  • De stad werd verdedigd door de schutters.

Voor elke functie in de stad – bestuur, verdediging, handel, enzovoorts – waren bepaalde plekken of gebouwen. Een heel aantal daarvan is in oude steden nog altijd terug te vinden.

Je kunt de leerlingen in groepjes, tweetallen of individueel laten werken. Deel Werkblad 3 uit. Vertel dat alleen de lege plekken in de rechter kolom ingevuld moeten worden.

Spreek de resultaten kort na aan de hand van de antwoorden van Werkblad 3.