Les 4 Wordt Gijsbert gegrepen?

Lesinhoud: 

  • De leerlingen verwerken de museumles met de stadswandeling aan de hand van bronnen, ze horen hoe het afloopt met Gijbert uit het voorleesverhaal en leren over straf in de middeleeuwen.

Lesdoelen:

  • De leerlingen verwerken wat ze geleerd en gezien hebben in de vorige les.

Benodigdheden:

  • Digibord

Tijd:

  • 50 minuten

 

1. Introductie

Praat na met de leerlingen over de eventuele stadswandeling en de museumles.

  • Wat is het meest bijgebleven? 
  • Wat hebben ze herkend in het museum (en buiten in de stad), uit het verhaal van Gijsbert? (denk aan de objecten die in het verhaal vetgedrukt zijn, aan plaatsen waar Gijsbert is geweest in de stad).

Bekijk onderstaand schilderij met de leerlingen op het digibord.

schilderijmiddeleeuwsestad

Dit schilderij hangt in het Rijksmuseum te Amsterdam. Een kopie hiervan hebben de leerlingen gezien in het museum. 

 

Projecteer naast het schilderij/bekijk daarna de oude kaart van Rhenen waarmee gewerkt is op werkblad 1. ‘Die inneminghe van rienen geschiet in ’t jaar 1499’, door de Meester van Rhenen, omstreeks 1500.

JacobvanDeventer

                                                    Afbeelding Jacob van Deventer, met dank aan het Utrechts Archief

Op het schilderij bestormen op de voorgrond de soldaten van de hertog van Cleef de Westpoort. 

  • Zoek nog eens de Westpoort en wijs aan op de oude kaart.
  • De stad heeft op dit schilderij een dubbele muur. Het lage muurtje is teruggevonden in de parkeergarage. (Voor de klassen die de stadswandeling hebben gedaan: Weten de leerlingen dit nog? Ze hebben dit gezien tijdens de stadswandeling. Die lage muur is gemetseld om te voorkomen dat de grote muur de grond wegdrukt.)
  • De man met de gestreepte kousen staat in een droge gracht.
  • Een deel van de Cunerakerk is open, zodat je in de kerk kunt kijken. Dat klopt natuurlijk niet met de werkelijkheid! Wijs de Cunerakerk aan op de oude kaart.
  • Het Oostelijk deel van de stad staat in brand. De soldaten zijn door de Bergpoort naar binnen gekomen. Wijs de Bergpoort aan op de oude kaart. 

Hoe kon je je veilig voelen achter een stadsmuur? Een bekende middeleeuwse uitdrukking was: ‘stadslucht maakt vrij’. Hoe denken de leerlingen hierover: klopt dit of niet?

  • Voor: 

Je hoefde niet meer te werken of te vechten voor de landsheer, alleen belasting betalen en verder kon men zijn eigen zaakjes regelen.

  • Tegen:

Als de stad belegerd werd, zat je in de val!

 

En hoe is het nu afgelopen met Gijsbert?

 

2. Deel 2 van het voorleesverhaal

Haal kort terug wat er in deel 1 van het verhaal gebeurd is:

Gijsbert is ’s ochtends vroeg de stad uit geslopen omdat hij nog één streek wilde uithalen voordat hij in de leer gaat bij een metselaar. Hij wil iets doen wat echt gevaarlijk is: een haas vangen. Hazen en ander wild waren voorbehouden aan de edelen. Gewone mensen mochten geen wild vangen. Gijsbert steelt de haas uit de strik van een stroper, die dus zelf ook weer een dief is. Vandaar: de dief bestolen. Maar als hij onderweg is naar huis met zijn buit, hoort hij burgers schreeuwen die achter een dief aan zitten. Hij denkt dat het om hem gaat en vlucht de kerk in. 

Vraag: wat denken de kinderen dat er gaat gebeuren? Komt het goed met Gijsbert?

Lees deel 2 van het voorleesverhaal voor. 

Bespreek het verhaal na met de leerlingen. Er kwamen verschillende dingen in voor, die te maken hebben met stadsrechten. Er is sprake van een schout, een raadhuis en een zilveren stadszegel. 

Wat was een schout ook alweer? (hoofd van politie en opperrechter) En wat heeft het raadhuis met stadsrechten te maken (zetel van het eigen bestuur). Wat weten ze nog van het stadszegel? (belangrijk symbool voor een stad). Kan iemand nog iets vertellen over de afdruk van het zegel waar ze de vorige les mee gewerkt hebben? (werkblad 3).

Stadszegelklein 

3. Verdieping/extra: Straf.

In het verhaal steelt Gijsbert een haas en een andere dief steelt het zilveren stadszegel en een zak met goudguldens uit het raadhuis. De laatste wordt gepakt en zal berecht worden.

Er is in het verhaal over allerlei straffen gesproken:

  • Ophangen aan de galg (de doodstraf dus; dit kon de schout niet zelf beslissen. Als ze de doodstraf wilden opleggen, moesten ze dat vragen aan de landsheer).
  • Hand afhakken
  • Stenenboete
  • Brandmerken en verbannen worden
  • Pijnigen (martelen)
  • Met zijn oor aan de deur van het raadhuis spijkeren.

Vraag: verdient Gijsbert straf? Zo ja, wat zou rechtvaardig zijn volgens onze normen van tegenwoordig?

En de boef die nu in het gevang zit. Wat zou die tegenwoordig voor straf kunnen krijgen? Praat over het verschil met middeleeuws straffen. 

Middeleeuwse straffen waren strenger en vaak wreed. Vinden de leerlingen dat goed/beter of juist niet? Zou het helpen tegen de misdaad?

 

4. Stadsrechten

We hebben ook gezien dat in de middeleeuwen elke stad zijn eigen zaakjes kon regelen. Zo kon het natuurlijk gebeuren dat je in de ene stad voor hetzelfde vergrijp gestraft werd met een stenenboete, en in de andere werd je hand afgehakt. 

Hoe zouden de leerlingen het vinden als dat nu ook zo was? 

Krijgen alle mensen in Nederland (in principe) dezelfde straffen voor dezelfde vergrijpen? En in Europa? En in de wereld?