Les 4 Wordt Gijsbert gegrepen? - WbD

Lesinhoud: 

  • De leerlingen verwerken de museumles met de stadswandeling aan de hand van bronnen, ze horen hoe het afloopt met Gijbert uit het Voorleesverhaal deel 2 en leren over straf in de middeleeuwen.

Lesdoelen:

  • De leerlingen verwerken wat ze geleerd en gezien hebben in de vorige les.

Benodigdheden:

  • Digibord

Tijd:

  • 50 minuten

1. Introductie

Praat na met de leerlingen over museumles en, indien gedaan, de stadswandeling.

  • Wat is het meest bijgebleven? 
  • Wat hebben ze herkend in het museum en buiten in de stad, uit het verhaal van Gijsbert? (denk aan de objecten die in het verhaal vetgedrukt zijn in het museum, aan plaatsen waar Gijsbert is geweest in de stad).

 

2. Stadslucht maakt vrij

In de museumles hebben de leerlingen gezien hoe de stad ontstond; begonnen als handelsplaats aan de Lek, met een haven. De stad kreeg eerst een aarden omwalling en grachten, later een stadsmuur met verdedigingstorens. Als de leerlingen de stadswandeling hebben gedaan, hebben ze daar resten van gezien.

  • De leerlingen weten dat de wallen, grachten, muren en torens waren bedoeld om de stad te kunnen verdedigen. Dat dat soms nodig was, bewijst het schilderij van de belegering van Rhenen.

 

Bekijk het schilderij samen met de leerlingen. Het origineel hangt in het Rijksmuseum in Amsterdam. We zien hoe soldaten (van de hertog van Cleef) de stadsmuur van Rhenen bestormen. Je kunt zien dat er hier geen gracht was.

Een bekende middeleeuwse uitdrukking was: ‘stadslucht maakt vrij’.

Laat de leerlingen nadenken over de vraag: klopt dit of niet?

Argumenten voor:

  • Burgers hoefden niet meer te werken of te vechten voor de landsheer, men moest alleen belasting betalen en verder kon men zijn eigen zaakjes regelen.

Tegen:

  • Laat de leerlingen zich een voorstelling maken van een stad die belegerd werd. De burgers zaten veilig achter de muren. Ze konden vanaf de hoogte schieten op de vijand, en kokende olie naar beneden gooien. Maar ze konden de stad niet uit. Wat betekende dat? (In feite zaten de burgers dan in de val: ze konden geen eten de stad in brengen en het is meerdere malen voorgekomen dat een belegering uitliep op hongersnood in de stad).

 

Extra vraag: welke wapens zien we hier op het schilderij? (speren, zwaarden, naast de gesneuvelde man ligt een hellebaard: een stok met een punt en daaronder een bijl).

In het museum lag in de vitrine een schietwapen.

Herinnert iemand zich dit nog?

 

(op het bordje stond: ‘handkanon’. Een ander woord voor dit wapen is ‘donderbus’). Het is een wapen uit de veertiende eeuw.

Naast de donderbus ligt een kogel. Weet iemand nog waar die van gemaakt was? (lood).

Wat kun je zien aan de kogel? (de kogel is ingedeukt, hij is dus gebruikt. Dit komt doordat lood zacht wordt bij hoge snelheden, bijvoorbeeld als het wordt afgevuurd).'

 

Toon de afbeelding hieronder op het digibord om de leerlingen een beeld te geven van een belegering.

 

 

En hoe is het nu afgelopen met Gijsbert?

3. Deel 2 van het voorleesverhaal

Haal kort terug wat er in deel 1 van het verhaal gebeurd is:

Gijsbert is ’s ochtends vroeg de stad uit geslopen omdat hij nog één streek wilde uithalen voordat hij in de leer gaat bij een metselaar. Hij wil iets doen wat echt gevaarlijk is: een haas vangen. Hazen en ander wild waren voorbehouden aan de edelen. Gewone mensen mochten geen wild vangen. Gijsbert steelt de haas uit de strik van een stroper, die dus zelf ook weer een dief is. Vandaar: de dief bestolen. Maar als hij onderweg is naar huis met zijn buit, hoort hij burgers schreeuwen die achter een dief aan zitten. Hij denkt dat het om hem gaat en vlucht de kerk in. 

Vraag: wat denken de kinderen dat er gaat gebeuren? Komt het goed met Gijsbert? Bespreek verschillende opties.

Lees deel 2 van het Voorleesverhaal voor. 

Bespreek het verhaal na met de leerlingen. Er kwamen verschillende dingen in voor, die te maken hebben met stadsrechten. Er is sprake van een schout, een raadhuis en een stadszegel. 

Wat was een schout ook alweer? (hoofd van politie en opperrechter) En wat heeft het raadhuis met stadsrechten te maken (zetel van het eigen bestuur). Wat weten ze nog van het stadszegel? (belangrijk symbool voor een stad). Kan iemand nog iets vertellen over de afdruk van het zegel waar ze de vorige les mee gewerkt hebben? (werkblad 3).

 

4. Verdieping/extra: Straf.

In het verhaal steelt Gijsbert een haas en een andere dief steelt het zegelstempel uit het raadhuis. De laatste wordt gepakt en zal berecht worden.

Er is in het verhaal over allerlei straffen gesproken:

  • Ophangen aan de galg (de doodstraf dus; dit kon de schout niet zelf beslissen. Als ze de doodstraf wilden opleggen, moesten ze dat vragen aan de landsheer).
  • Hand afhakken
  • Stenenboete
  • Brandmerken en verbannen worden
  • Pijnigen (martelen)
  • Met zijn oor aan de deur van het raadhuis spijkeren.

Vraag: verdient Gijsbert straf? Zo ja, wat zou rechtvaardig zijn volgens onze normen van tegenwoordig?

En de boef die nu in het gevang zit. Wat zou die tegenwoordig voor straf kunnen krijgen? Praat over het verschil met middeleeuws straffen. 

Middeleeuwse straffen waren strenger en vaak wreed. Vinden de leerlingen dat goed/beter of juist niet? Zou het helpen tegen de misdaad?

 

5. Stadsrechten

We hebben ook gezien dat in de middeleeuwen elke stad zijn eigen zaakjes kon regelen. Zo kon het natuurlijk gebeuren dat je in de ene stad voor hetzelfde vergrijp gestraft werd met een stenenboete, en in de andere werd je hand afgehakt. 

  • Hoe zouden de leerlingen het vinden als dat nu ook zo was? 
  • Krijgen alle mensen in Nederland (in principe) dezelfde straffen voor dezelfde vergrijpen? En in Europa? En in de wereld? 

(NB er zijn in Nederland wel kleine verschillen bij lichte vergrijpen; parkeerboetes zijn niet overal even hoog bijvoorbeeld).